Stam van het werkwoord

stam van het werkwoordOp LinkedIn ontspon zich een discussie rondom het thema stam van het werkwoord. Moet je die term nou wel of niet gebruiken? Is het duidelijk wat ermee wordt bedoeld of schept het juist verwarring?

Ook ik mengde me in de discussie…

Nederlandstaligen zijn met het begrip opgegroeid. Voor veel basisschoolkinderen is het een bekend begrip. Voor anderstaligen die Nederlands gaan leren is het soms verwarrend. Wat heeft een boom met werkwoorden te maken? Ik maakte daarom ooit bijgaand plaatje om uit te leggen wat de stam is.

Maar óók om erop te wijzen dat er geen universele regel is voor het vaststellen van de stam. Daarom gebruik ik zelf graag de term ‘ik-vorm’, al is die niet altijd synoniem met de stam. De stam kan op een -z of -v eindigen. De ik-vorm niet. Niet alle werkwoorden eindigen op -en en dan is de stam/ik-vorm niet altijd automatisch ‘het hele werkwoord – en. En zeker niet voor de hand liggend.

Toch is de ik-vorm een handige, inzichtelijke methode om de stam van het werkwoord te bepalen.

1De stam van het werkwoord heb je o.a. nodig om vast te stellen of een deelwoord op een -d of -t eindigt. Dat kun je niet horen. Daarvoor is een hulpmiddel bedacht: het kofschip. Voor velen blijft het kofschip, en alle varianten daarvan, een onhandig vehikel. Wie Nederlandstalig is groot geworden kan gebruikmaken van de methode ‘langer maken. Dan hoor je wel of het deelwoord eindigt op een -d of een -t.

  • Mijn oom is verhuisd – de verhuisde oom.
  • De tas is verplaatst – de verplaatste tas

Het kofschip blijft echter een noodzakelijk kwaad bij twijfelgevallen of dubbele mogelijkheden. Om maar meteen een lastige te noemen: wat doe je met het werkwoord wuiven?

Grammatica is aan basisschoolkinderen vaak nog niet besteed. Hulpmiddelen en ezelsbruggetjes zijn dat wel en geleidelijk aan zal het inzicht groeien, zodat de hulpmiddelen functioneel kunnen worden herleid of teruggeredeneerd, als je ze vergeten bent.  Anderstaligen die NT2-onderwijs volgen vinden grammatica vaak een prettig houvast bieden.

Nederlands is een mooie taal, met een heldere grammatica, maar ook met heel veel uitzonderingen en kronkels. En dat maakt keuze zowel voor docenten als leerlingen lastig.