Categoriearchief: Uncategorized

Inkoppertje

AfbeeldingKoppen of titels bedenken is een kunst. Er gaan soms wel een paar dagen overheen voordat ik een passende kop heb.
Flauwe woordspelingen of cryptische, filosofische frasen passeren de revue en worden even zo vaak afgekeurd. In de dagbladjournalistiek heb je niet zoveel bedenktijd. Een kop moet ter zake zijn, direct op de inhoud van het artikel slaan en begrijpelijk zijn. Ga er maar aanstaan! 
 
Daarom is een inkoppertje op zijn tijd toegestaan.
Maar ook niet weer te vaak, tenzij je het tot je handelsmerk hebt gemaakt, zoals bij RLT Boulevard, waar elk item met een min of meer geslaagde woordspeling word ingeluid.
 
 Vandaag, 25-november 2019, kwam ik deze tegen in de Volkskrant. Ongeacht wat je verder van de hele affaire vindt, de kop getuigt van een toepasselijke woordkeus. Niet al te flauw, maar wel adequaat.
 

Red de afspraak!

Opeens is hij er weer: ‘save the date!’ Met uitroepteken om de urgentie van de boodschap te benadrukken. Soms staat de oproep in kapitalen. Dan zit er een schreeuwlelijk achter.

Ik herinner mij deze oproep van een jaar of nog langer geleden toen stond hij ook opeens overal. Totdat iemand erover schreef: ‘Wat een waardeloze oproep is dat. En ook nog onnodig Engels. Waarom moeten wij die datum eigenlijk redden?’

Langzaam stierf de kreet uit. Schijnbaar.

Ergens vorige week was hij er weer. ‘SAVE THE DATE’ stond luidkeels in de onderwerpregel van een mailtje. Verder niets. De details zouden later volgen. Als de datum maar gereserveerd wordt in mijn agenda. Voor een belangrijke bijeenkomst, vergadering, congres. Ik weet het niet meer. Zoveel indruk maakte de rest van de mail op mij.

Nou ben ik niet iemand die dan direct naar zijn agenda rent, dus die datum is nog steeds niet gered in mijn agenda. 

Mijn belangrijkste taalvraag blijft: waarom in het Engels? Waarom niet gewoon een oproepje in het Nederlands: ‘Dit is een belangrijke datum, reserveer hem in uw agenda. Hoe belangrijk die datum wordt, zien we later wel.’ Dat lijkt me een heel logische, vrijblijvende en dichter bij de waarheid liggende oproep.

Vroeger noemde ik zoiets een potloodnotitie, of potloodafspraak. Zo eentje die je na verloop van tijd kunt uitgummen, als je nieuwe inzichten krijgt, of gewoon geen zin meer hebt in de afspraak. Maar om nou gelijk zo overdreven hard ‘SAVE THE DATE! te gaan roepen? Van mij hoeft dat niet. Het roept eerder allergie dan sympathie op.

Waarom moeten we die datum redden? Breekt dan het einde der tijden aan? Is dit een datum van nationaal belang? Of heb ik de oproep helemaal verkeerd begrepen en staat er eigenlijk dat ik mijn afspraakje moet gaan redden. Afspraakje met wie of wat? Met een nieuwe liefde? Met het openbaar vervoer? Met een sollicitatiecommissie? Ik heb geen flauw idee. Ik moet toch die mail nog eens nalezen.

Voorlopig kan iedereen allerlei datums gaan redden of afspraakjes gaan veiligstellen, maar ik bepaal zelf wel wat ik in mijn agenda zet. En als je zo graag dat ik een wil dat ik een datum ga reserveren, kom dan direct met wat meer details in een betekenisvolle onderwerpregel. zodat ik weet waarom, waarvoor en het belang ervan direct inzie.

Kortom, ik heb veel (te veel) woorden vuilgemaakt aan een bondige oproep: schrijf Nederlands en kom met zinvolle informatie. Dat trekt belangstellenden en dus klanten.

Schrik niet als je een tekstschrijver benadert

Een tekstschrijver schakel je in als je tekst net dat kleine beetje extra nodig heeft.  Of als je geen zin of tijd hebt om zelf te schrijven. Of omdat je een nul in spelling bent.

Je zoekt iemand die jouw verhaal afstemt op jouw doelgroep, die zó schrijft dat het binnenkomt (en blijft) en aanzet tot actie. Je zoekt iemand die schrijft wat jij op het puntje van je tong hebt liggen, maar er niet vanaf kan laten rollen. 

Weet je wat een tekstschrijver doet? Wat dat kost? En wat het opbrengt? Dat moet ik nogal eens uitleggen. Dit dreigt een zeurderig verhaaltje te worden, maar het schept ongetwijfeld duidelijkheid. Om maar meteen met de deur in huis te vallen:

 

Ik kost geld

Dat is schrikken, hè? Met ‘goed voor je naamsbekendheid’ en ‘je bereikt een groot publiek’ betaal ik geen huur of hypotheek. Dus vraag ik geld voor mijn diensten, net als de boekhouder, de makelaar of de leraar. Niet alleen voor een belegde boterham, maar ook voor het betalen van mijn onkosten, terugverdienen van mijn studie. En dat alles voor een bescheiden en eerlijk tarief.

Ik breng jouw teksten om zeep

‘Kill your darlings’ heet dat in jargon.

Dubbel schrikken? Wees gerust. Je hebt ongetwijfeld al heel mooie teksten bedacht. Teksten waar je terecht trots op bent.  Maar past die tekst bij jouw doelgroep? Bereik je daar je (verkoop)doel mee?  Als je mij inhuurt bestaat er een goede kans dat ik ga schrappen. Ballast overboord gooien, scherper formuleren. En dan sneuvelen er soms heel mooie zinnen.

Toch hoeft er geen informatie verloren te gaan. Integendeel.

Kun je er niet tegen dat er ook maar één woord van jouw hand verloren gaat? Dan is het inschakelen van een tekstschrijver misschien niet zo’n goed idee.
Ik weet, ik weet wat jij niet weet

Net als in het sprookje van Repelsteeltje.  De gevolgen zijn gelukkig minder dramatisch… Jij weet dingen die ik niet weet en andersom. Ieder zijn vak.

Vanuit mijn kennis en ervaring bouw ik de teksten op. Structuren, spelling en figuren. Alles moet op zijn plek vallen, zodat de essentie van de boodschap binnenkomt bij de lezer.

Na oplevering is de tekst van jou. Je beschikt over de rechten en je mag ermee doen en laten wat je wil.  Aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen bijvoorbeeld. Realiseer je ook dat het misschien in je nadeel uitpakt. Net als sleutelen aan je auto zonder dat je er verstand van hebt. Een goede tekstschrijver doet nooit zomaar wat.

Ik doe dingen die je niet ziet

Dat aan een paar zinnetjes uren werk vooraf kunnen gaan, zie je als buitenstander niet altijd. ‘Moet ik voor die paar zinnetjes toch betalen?’ Ja. Een tekst kort en bondig maken kost veel tijd. Veel meer tijd en moeite dan een lange lap tekst uit je tekstverwerker laten rollen. 

Ik doe meer dan woorden produceren

Nieuwsgierigheid is mijn drijfveer. Ik lees me in. Maak studie van je doelgroep,  verdiep me in jouw werkgebied, vind de juiste zoekwoorden, neem interviews af, moet soms de deur uit. Kortom, ik doe van alles, nog voordat er één letter op papier staat.

Schrijven is dus meer dan het uittikken alleen. En ook dat reken ik mee in de prijs.
Een goed gesprek vooraf is daarom van wezenlijk belang. Met een goede briefing werk ik efficiënter en kan ik een scherpe, realistische offerte opstellen. Dan komt niemand voor verrassingen te staan.

Ik zet jou ook aan het werk

Je moet weten wat je wil.  In het kennismakingsgesprek vraag ik je het hemd van het lijf. Hoe ziet je doelgroep eruit? Wat kun je voor hen betekenen? Welke boodschap wil je overbrengen? Wat is het doel van je tekst? Waarom ben jij de aangewezen leverancier of dienstverlener?

Een goede tekstschrijver blijft doorvragen. En jij zorgt voor de antwoorden.


Onbetaalbare tekst met een bescheiden prijskaartje

Hoe dat kan? Neem gerust contact met me op. Dan praten we samen verder over jouw project.

Redacteur inhuren? Niet nodig. Dat kan ik zelf wel!

“Ik kan schrijven dus ik kan heus mijn eigen fouten wel herkennen en verbeteren.”

Helaas is de realiteit weerbarstiger. Wie lang aan dezelfde tekst werkt, verdwaalt in de woorden en wordt blind voor zijn eigen fouten. Je leest wat je wil dat er staat, wat je bedoelt, maar niet wat er echt staat.

Zelf doen leidt van goedkoop naar duurkoop. Waarom?

Ik geef je vijf overwegingen.

Roep de hulp in van een ervaren redacteur

Professioneel redactiewerk tilt niet alleen je tekst naar een hoger niveau, het levert je ook geld op. Omdat een goede tekst nou eenmaal beter verkoopt dan eentje vol fouten of vaagheden. Bovendien bespaart het uitbesteden van de redactie je tijd.

Voor een dubbeltje op de eerste rang?

Wees voorzichtig met prijsstunters. Bijvoorbeeld met studenten (Nederlands) die graag een zakcentje bijverdienen. Er zit veel kaf tussen het koren.

Goed werk kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Tekstoloog, redacteur, copywriter, contentmaster en dergelijke namen gaan niet over beschermde beroepen. Iedereen die 26 letters uit elkaar kan houden, kan zich zo noemen. Maar lang niet iedereen heeft de opleiding en ervaring die nodig zijn om kwaliteit te leveren. Een echt goede redacteur heeft een bovengemiddeld taalgevoel en een scherp oog voor detail.

En ja, soms kun je inderdaad voor een dubbeltje op de eerste rang terechtkomen. Dan heb je enorme mazzel gehad.

Wat wil je? Corrigeren of redigeren?

Corrigeren is verbeteren van spel- en taalfouten. Een soort ‘spellingscontrole-plus’. Vertrouw niet op de spellingscorrectie van je tekstverwerker. Die zit er nogal eens naast.  Soms doet die zelfs foute voorstellen.

Redigeren gaat verder. Een redacteur controleert ook de grammatica, past inconsequenties en onlogische passages aan en maakt van je tekst een prettig leesbaar geheel. Een redacteur verplaatst zich in de lezer en zal vaak ook inhoudelijke vragen stellen en opmerkingen bij je tekst plaatsen.  Een redacteur vraagt zich bij elke zin af of de boodschap goed overkomt. Is de tekst eenduidig of kun je hem ook op een andere manier uitleggen?

Probeer mij

Je weet niet wat je niet weet, dus neem de proef op de som. Stuur mij één pagina (ongeveer 400 woorden) van je concepttekst. Je krijgt hem inclusief mijn opmerkingen terug. Gratis. Ik ben eerlijk, dus niet altijd even aardig. Durf jij het aan?

Gebruik het reactieformulier ↓.


Stuur een bestand mee (niet verplicht)

Waarom je maar beter je spelling kunt beheersen

Dt-fout brengt fraude met valse diploma’s aan het licht: beklaagden riskeren celstraf

top view photography of broken ceramic plateToegegeven, het misschien niet de meest galante manier om aan een baan te komen, maar als je op deze manier probeert de zaak te flessen, ben je wel heel dom bezig.

Het openbaar ministerie heeft maandag celstraffen van tien maanden tot een jaar gevorderd voor vijf beklaagden die vervolgd worden voor schriftvervalsing en het gebruik van valse stukken in een fraudezaak rond vervalste getuigschriften en diploma’s. De fraude was aan het licht gekomen door een dt-fout.

Lees het hele bericht op de website van de Belgische krant Het Laatste Nieuws

Gevoelige mail

17 november 2018 was het precies 30 jaar geleden dat de allereerste e-mail in Nederland werd verstuurd. Het is een open deur als ik beweer dat digitale berichten sindsdien een enorme vlucht hebben genomen.

Toch hebben we het kunstje nog steeds niet volledig onder de knie. Vooral als het gaat om berichten waarin emotie is verwerkt. Hoe komt dat?

Emotionele boodschappen

Boos? Direct je agressie op het toetsenbord wegrammen en op ‘versturen’ klikken? We hebben het allemaal wel eens gedaan. En we hebben er ook allemaal spijt van. Door het ontbreken van intonatie en mimiek, komt zo’n mailtje al snel harder aan dan je bedoelt. Nog afgezienvan het feit dat het nooit een goed idee is om met een roodaangelopen hoofd een briesend bericht te versturen. Tel eerst tot tien, of honderd, of…

Hoe breng je gevoel onder woorden? Vraag het een poëet, de gevoelige schrijver bij uitstek, en hij zal je ervan overtuigen dat het een van de lastigste opgaven uit de schrijverij is.

Schade en schande

Door schade en schande wijs geworden hebben we in de afgelopen dertig jaar natuurlijk veel geleerd over gevoelige mails. We begrijpen steeds beter dat emotionele boodschappen gemakkelijk verkeerd begrepen kunnen worden. Woede, begrip, ironie… we krijgen het in een e-mail amper over het voetlicht.

Zelfs als we emoticons toevoegen, de protheses voor onze tekstgevoelens, blijft het behelpen.

Gek wijf

In een persoonlijk contact of via de telefoon zou enige nuance wellicht wél overkomen. Een persoonlijk gesprek is ‘rijker’ dan een telefoongesprek, omdat je gesprekspartner ook je gezichtsuitdrukking kan lezen. En een telefoongesprek is weer ‘rijker’ dan een e-mail omdat je aan de telefoon ook door de klank van je stem informatie weergeeft. Zo kun je nuances aanbrengen in wat je wil overdragen. Ook ironie snappen we beter als daar mimiek en stemklank bij horen. Zeg tegen een goede collega eens dat je haar een gek wijf vindt.  Dat kan met een plagende stem, dito mimiek of een vette knipoog. En zij weet wie het zegt.

Schrijf ‘ik vind je een gek wijf’ in een in e-mail, dan heb je toch al snel iets uit te leggen.

Lachebekjes

Etomicons kunnen helpen. Het schijnt dat vooral vrouwen er graag gebruik van maken. Soms kun je nauwelijks kiezen uit de vele emoticons. En zelfs dan is het de vraag of de ander jouw keuze goed begrijpt. Is het lachen of uitlachen?  Is het intens verdiet of huilen van het lachen? Hoe hard lacht de afzender van die huilende smiley nou echt? Wat betekent de digitale knipoog precies? Loop je het risico hiermee een #metoo aan de broek te krijgen?

Hoe dan? 10 tips om misverstanden te voorkomen

  1. Laat uitingen van (heftige) emoties in e-mails achterwege. E-mail is daar niet geschikt voor! Hou het zakelijk, feitelijk en vriendelijk.
  2. Wil je toch iets emotioneels delen? Kies dan zo mogelijk voor een persoonlijke ontmoeting of telefonisch contact.
  3. Check of je eigen mail misschien onbedoeld emotionele, of dubbelzinnige boodschappen bevat. Laat hem desnoods ook even door iemand anders lezen, iemand die jouw intentie nog niet kent. Vat hij hij de tekst net zo op zoals jij hem bedoelt?
  4. Verstuur geen mail als je boos bent. Als je die toch schrijft, laat hem minstens 24 uur liggen. Letterlijk: slaap er een nachtje over. Vaak is het voor je eigen afkoelproces al voldoende als je je boosheid van je afgeschreven hebt.
  5. Sta je de volgende dag nog steeds achter je tekst?  Wil je hem nog steeds versturen? In deze vorm en bewoordigen? Klik dán pas  op verzenden. Maar nog liever: helemaal niet.  Schrijf je verhaal opnieuw, feitelijk en in objectieve bewoordingen.
  6. Twijfel je naderhand toch of de ontvanger je  bericht wel zal begrijpen? Bel even en vraag met een vriendelijke stem of de ander uw mailtje goed heeft ontvangen.
  7. Houd mails beknopt. Als mensen van een beeldscherm lezen, nemen ze 25 procent minder op dan wanneer ze van papier lezen. Half lezen kan verwarring in de hand werken.
  8. Gebruik liever geen emoticons in zakelijke mail om je gevoel te verduidelijken. Ze kunnen de indruk wekken dat je mededeling niet zo serieus is, wat de verwarring alleen maar kan vergroten.
  9. Ontvang je zelf een mailtje met een emotionele lading? Reageer daar dan niet direct op, maar laat het bezinken. Bedenk dat de mail anders bedoeld kan zijn dan je denkt. Laat het aan een goede collega lezen, desnoods aan je partner. Die legt de boodschap misschien anders uit.
  10.  Als je niet begrijpt wat iemand bedoelt, vraag dan om uitleg. Nodig de afzender eventueel uit om het er in een persoonlijk gesprek over te hebben.

Zeewier en landwiens

zeewier (bron: Pixabay)

Een bezittelijk voornaamwoord vertelt van wie iets is. Laat dat duidelijk zijn. Het boek is van mij, het is mijn boek. Het boek is van haar, het is haar boek.

Lastiger wordt het als we het bezit van een man of vrouw willen aanduiden en aangewezen zijn op de ouderwetse verwijzingen met wier en wiens. Trouw, misschien wel de beste krant van Nederland (maar misschien ook niet…), ging vandaag, 26 maart, in een onderschrift de mist in:

 

Lees verder Zeewier en landwiens

De kracht van moedertaal

Chinglish?

In welke taal kun je je het best uitdrukken? In bijna alle gevallen is dat je moedertaal. De taal waar je mee groot geworden en grootgebracht bent. De taal die je spreekt, leest, hoort en leeft. De taal waarvan je elke nuance kent en waarin je je het nauwkeurigst kunt uitdrukken.

Die gedachten gingen door mijn hoofd toen ik de discussies las rondom het oprukken van Engels als instructietaal op de Nederlandse hogescholen en universiteiten. In het opiniestuk van Felix Huygen, namens BON, in de Volkskrant van 28 juni 2017 gaat een van de argumenten juist over dat nauwkeurig uitdrukken.

“Pas na duizenden uren van boeken en artikelen lezen, van gesprekken voeren en opstellen schrijven, slaag je er misschien in je met enige nuance uit te drukken en wat leesbaars op papier te zetten.”

Waar de docent een boeiende verteller in het Nederlands blijkt te zijn en de voltallige collegezaal ademloos aan zich weet te binden, slaat hij om in een hakkelende, droge opsommer als het college opeens in het Engels moet worden gegeven. Omgekeerd geldt dat voor studenten die in hun beste steenkolenengels een wetenschappelijk bedoelde afstudeerscriptie produceren. Het is net als in de beroemde vakantieanekdote: ik probeer in mijn beste Frans de weg te vragen aan een voorbijganger en krijg een onbegrijpelijk antwoord. Dan ontdekken we dat we allebei Nederlander zijn. Hartelijk lachen en we vervolgen ons gesprek in het Nederlands.

“Het was als een orkest waarin de pianist plots viool moest spelen, en de violisten klarinet.”

Hoeveel mooier, genuanceerder (dus wetenschappelijker) en leesbaarder wordt afstudeerwerk als het in het Nederlands wordt geschreven? Ik ben het lang niet altijd eens met de stellingnames van BON, zeker niet met de toonzetting van hun discussies, maar hier hebben ze in mij een medestander.
Als docent NT2 ervaar ik iets vergelijkbaars. In de moedertaal kan de cursist zich perfect uitdrukken, maar helaas voor mij onverstaanbaar. In Het Nederlands gaat het steeds een beetje beter (schouderklopje voor mezelf), maar de echte nuances, de exacte omschrijving van gevoelens en de humor, lukken mondjesmaat.
Taal is de drager van de boodschap. Hoe beter men de taal beheerst, zowel bij de zender als ontvanger, hoe beter de boodschap overkomt. En waar we in het verleden nog wel eens konden lachen om armzalige vertalingen van de gebruiksaanwijzingen of garantiebepalingen van Taiwanese producten, is het onderwerp nu ‘groot bier’ geworden.
Natuurlijk begrijp ik ook dat Nederland zich internationaal graag als een kennismaatschappij wil profileren. Maar de huidige weg lijkt juist het tegenovergestelde te gaan bewerkstelligen.
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren schreef een adviesrapport over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en pleitte daarin voor goed Nederlands:

“(…) dat het Nederlands ook in het wetenschappelijk domein een volwaardige taal blijft en dat studenten aan universiteiten en hogescholen het Nederlands op hoog niveau leren beheersen (…)”

Dan sta je, als universiteit, voor de taalkeuze en kun je twee dingen doen: studenten (beter) Nederlands laten leren of docenten beter Engels laten spreken en schrijven. In China weten ze het inmiddels en hebben ze het taalbeleid aangescherpt. Daar deugen veel vertalingen naar het Engels niet. Googel maar eens op ‘chinglish’, zoals de armzalige vertalingen internationaal bekend staan. Het negatieve imago rondom de slechte, vaak onbedoeld grappige, vertalingen willen de Chinezen van zich afschudden. Omdat de rest van de wereld vooralsnog niet bereid lijkt Chinees te leren, worden de Engelse vertalingen geüpgraded. Misschien kunnen Nederlandse universiteiten daar een voorbeeld aan nemen áls Engels hun nieuwe lingua franca wordt. In ieder geval als eerste stap.

Gratis congres over taalfouten

Waarom maken we taalfouten? Alleen uit slordigheid? Taalkundig onderzoek laat zien dat er achter taalfouten soms verrassend veel logica schuilgaat.

Immers: taal leeft en kent zelforganisatie. Maar wat als deze zelforganisatie in strijd is met de geldende taalnormen?

In dit publiekssymposium presenteren vier taalkundigen uit Nederland en België hun goede redenen voor foute taal. Zij gaan in gesprek met het hoofd taalbeleid van de Nederlandse Taalunie. Een jonge leraar Nederlands debatteert mee vanuit het onderwijs.

Iedereen die geïnteresseerd is in taal, is welkom.

Toegang is gratis, aanmelding verplicht.

Bron: Universiteit Leiden

Foutloos Nederlands scoort beter op het web

Hoe belangrijk is correct Standaardnederlands voor commerciële websites? Klikken potentiële klanten echt weg bij de eerste de beste tikfout of dt-fout die ze opmerken? Associëren ze slechte taal met een slecht product, of lezen ze over gebrekkige taal heen?

Met andere woorden: is een extra investering in degelijke taal wel nuttig op een mooie en gebruiksvriendelijke website? Taalliefhebber Miet Ooms deed er onderzoek naar. Lees verder Foutloos Nederlands scoort beter op het web