jouw -jou

Je hebt van die woorden die op het gehoor gelijk klinken, maar die in spelling verschillen, afhankelijk van de functie in de zin.

 

Bezittelijke voornaamwoorden kenmerken zich vaak door de eindletter -w. Die schrijf je wel, maar die spreek je lang niet altijd uit. Andersom spreek je de letter soms – bijna onhoorbaar – wel uit, maar schrijf je hem niet.

Het woord jou/jouw is daar een bekend voorbeeld van.

Ik wens jou goede feestdagen.

De w hoort er niet te staan, maar je spreekt hem toch uit, zij het nauwelijks hoorbaar. En als je toch bezig bent: spreek de zin nu heel bewust hardop uit en je moet moeite doen de w niet op je lippen te voelen. De verkeerde schrijfwijze ligt voor de hand.

Heb je voldoende kennis van de juiste schrijfwijze? Probeer het eens met onderstaande zinnen.

Gevoelige mail

17 november 2018 was het precies 30 jaar geleden dat de allereerste e-mail in Nederland werd verstuurd. Het is een open deur als ik beweer dat digitale berichten sindsdien een enorme vlucht hebben genomen.

Toch hebben we het kunstje nog steeds niet volledig onder de knie. Vooral als het gaat om berichten waarin emotie is verwerkt. Hoe komt dat?

Emotionele boodschappen

Boos? Direct je agressie op het toetsenbord wegrammen en op ‘versturen’ klikken? We hebben het allemaal wel eens gedaan. En we hebben er ook allemaal spijt van. Door het ontbreken van intonatie en mimiek, komt zo’n mailtje al snel harder aan dan je bedoelt. Nog afgezienvan het feit dat het nooit een goed idee is om met een roodaangelopen hoofd een briesend bericht te versturen. Tel eerst tot tien, of honderd, of…

Hoe breng je gevoel onder woorden? Vraag het een poëet, de gevoelige schrijver bij uitstek, en hij zal je ervan overtuigen dat het een van de lastigste opgaven uit de schrijverij is.

Schade en schande

Door schade en schande wijs geworden hebben we in de afgelopen dertig jaar natuurlijk veel geleerd over gevoelige mails. We begrijpen steeds beter dat emotionele boodschappen gemakkelijk verkeerd begrepen kunnen worden. Woede, begrip, ironie… we krijgen het in een e-mail amper over het voetlicht.

Zelfs als we emoticons toevoegen, de protheses voor onze tekstgevoelens, blijft het behelpen.

Gek wijf

In een persoonlijk contact of via de telefoon zou enige nuance wellicht wél overkomen. Een persoonlijk gesprek is ‘rijker’ dan een telefoongesprek, omdat je gesprekspartner ook je gezichtsuitdrukking kan lezen. En een telefoongesprek is weer ‘rijker’ dan een e-mail omdat je aan de telefoon ook door de klank van je stem informatie weergeeft. Zo kun je nuances aanbrengen in wat je wil overdragen. Ook ironie snappen we beter als daar mimiek en stemklank bij horen. Zeg tegen een goede collega eens dat je haar een gek wijf vindt.  Dat kan met een plagende stem, dito mimiek of een vette knipoog. En zij weet wie het zegt.

Schrijf ‘ik vind je een gek wijf’ in een in e-mail, dan heb je toch al snel iets uit te leggen.

Lachebekjes

Etomicons kunnen helpen. Het schijnt dat vooral vrouwen er graag gebruik van maken. Soms kun je nauwelijks kiezen uit de vele emoticons. En zelfs dan is het de vraag of de ander jouw keuze goed begrijpt. Is het lachen of uitlachen?  Is het intens verdiet of huilen van het lachen? Hoe hard lacht de afzender van die huilende smiley nou echt? Wat betekent de digitale knipoog precies? Loop je het risico hiermee een #metoo aan de broek te krijgen?

Hoe dan? 10 tips om misverstanden te voorkomen

  1. Laat uitingen van (heftige) emoties in e-mails achterwege. E-mail is daar niet geschikt voor! Hou het zakelijk, feitelijk en vriendelijk.
  2. Wil je toch iets emotioneels delen? Kies dan zo mogelijk voor een persoonlijke ontmoeting of telefonisch contact.
  3. Check of je eigen mail misschien onbedoeld emotionele, of dubbelzinnige boodschappen bevat. Laat hem desnoods ook even door iemand anders lezen, iemand die jouw intentie nog niet kent. Vat hij hij de tekst net zo op zoals jij hem bedoelt?
  4. Verstuur geen mail als je boos bent. Als je die toch schrijft, laat hem minstens 24 uur liggen. Letterlijk: slaap er een nachtje over. Vaak is het voor je eigen afkoelproces al voldoende als je je boosheid van je afgeschreven hebt.
  5. Sta je de volgende dag nog steeds achter je tekst?  Wil je hem nog steeds versturen? In deze vorm en bewoordigen? Klik dán pas  op verzenden. Maar nog liever: helemaal niet.  Schrijf je verhaal opnieuw, feitelijk en in objectieve bewoordingen.
  6. Twijfel je naderhand toch of de ontvanger je  bericht wel zal begrijpen? Bel even en vraag met een vriendelijke stem of de ander uw mailtje goed heeft ontvangen.
  7. Houd mails beknopt. Als mensen van een beeldscherm lezen, nemen ze 25 procent minder op dan wanneer ze van papier lezen. Half lezen kan verwarring in de hand werken.
  8. Gebruik liever geen emoticons in zakelijke mail om je gevoel te verduidelijken. Ze kunnen de indruk wekken dat je mededeling niet zo serieus is, wat de verwarring alleen maar kan vergroten.
  9. Ontvang je zelf een mailtje met een emotionele lading? Reageer daar dan niet direct op, maar laat het bezinken. Bedenk dat de mail anders bedoeld kan zijn dan je denkt. Laat het aan een goede collega lezen, desnoods aan je partner. Die legt de boodschap misschien anders uit.
  10.  Als je niet begrijpt wat iemand bedoelt, vraag dan om uitleg. Nodig de afzender eventueel uit om het er in een persoonlijk gesprek over te hebben.

Bovenaan in Google?

Gouden bergen

Gouden bergen beloven sommige bureautjes. Word Google de baas! Altijd bovenaan in Google! Dat lijkt het hoogste ideaal als je graag gevonden wil worden op internet. Maar is dat wel mogelijk, altijd bovenaan?

Google beweert dat er zo’n tweehonderd factoren zijn die bepalen of jouw website hoog in de zoekresultaten terechtkomt. En dan nog weet je het niet zeker. Het algoritme waarmee Google de volgorde van de zoekresultaten presenteert is misschien wel het best bewaarde geheim ter wereld. Wat kun je doen om daar invloed op uit te oefenen?

Inhoud

Allereerst is inhoud van je website is belangrijk voor de zoekresultaten. Goed toepassen van zoekwoorden is cruciaal.  Bedenk waarop je gevonden wil worden en gebruik concrete tussenkopjes. Die zijn zeer behulpzaam.

Google legt sterk de nadruk op originele teksten. Die mogen best lang zijn. Ook correcte spelling en grammatica hebben invloed op de zoekresultaten. Slordige teksten zakken snel in de zoekresultaten.

De positie in de zoekresultaten heeft ook te maken met de informatievoorziening die je biedt. Zoekresultaten zijn bijvoorbeeld afhankelijk van een gebruiksvriendelijke indeling. Gebruik van opsommingen werkt goed. Het aantal pagina’s speelt ook een rol. Meer pagina’s is (mede) een indicatie van deskundigheid.

Regelmatige updates zijn belangrijk. Zorg dat je website niet indommelt. Controleer d eteksten op actualiteit. Kloppen je gegevens nog?

Ook duidelijke contactinformatie speelt een rol. En zelfs het inpassen van YouTubevideo’s heeft wwn positieve invloed.

Bezoekersgedrag

Google houdt ook rekening met het gedrag van jouw bezoekers. Als jouw website steeds opnieuw wordt bezocht is dat een heel positief signaal. Dat geldt ook voor pagina’s waar veel gebeurt. Op pagina’s waar veel mensen een reactie achterlaten of met elkaar discussiëren. Zorg dus voor een reactieformulier. Hoe meer je website uitnodigt tot interactief gebruik, hoe beter Google hem vindt.

Daarna verbindt Google de locatie van een bedrijf met de locatie van een bezoeker. Lokale bedrijven komen hoger in de zoekresultaten.

Social media

Tot slot spelen ook activiteiten op social media een rol. Likes op Facebook en veel retweets kunnen allemaal een positieve invloed hebben.

Dit zijn maar een paar van de factoren waar Google rekening mee houdt. Heb je het gevoel dat het wel erg veel is? Blijf in ieder geval je gezonde verstand gebruiken. Google houdt het belang van de gebruiker in gedachten. Als jij dat ook doet, terwijl je je tekst schrijft, kom je al een stuk dichter bij SEO (Search Engine Optimalisation).

Echt bovenaan kom je pas als je er veel geld voor over hebt. Door advertentieruimte te kopen, bijvoorbeeld.  Tot die tijd kun je zelf proberen invloed uit te oefenen op jouw positie op Google. Met bovenstaande opmerkingen in het achterhoofd kom je een heel eind. Garanderen dat je op eigen kracht altijd bovenaan komt, kan niemand. Zelfs ik niet.

Zeewier en landwiens

zeewier (bron: Pixabay)

Een bezittelijk voornaamwoord vertelt van wie iets is. Laat dat duidelijk zijn. Het boek is van mij, het is mijn boek. Het boek is van haar, het is haar boek.

Lastiger wordt het als we het bezit van een man of vrouw willen aanduiden en aangewezen zijn op de ouderwetse verwijzingen met wier en wiens. Trouw, misschien wel de beste krant van Nederland (maar misschien ook niet…), ging vandaag, 26 maart, in een onderschrift de mist in:

 

Lees verder Zeewier en landwiens

Docentenspreekuur

Het is bijna Kerst, kerstvakantie en dus ook tijd voor het kerstrapport. Onvermijdelijk hoort daar het tienminutengesprek bij. Op de website van de school staat een ellenlang verhaal over aanmelden en helemaal aan het einde staat deze intrigerende zin:

 

“Wij hopen u te kunnen verwelkomen op het docentenspreekuur op dinsdag 12 december.”

Die zin blijft rondzoemen in mijn hoofd. Wat staat er eigenlijk? Lees verder Docentenspreekuur

De kracht van moedertaal

Chinglish?

In welke taal kun je je het best uitdrukken? In bijna alle gevallen is dat je moedertaal. De taal waar je mee groot geworden en grootgebracht bent. De taal die je spreekt, leest, hoort en leeft. De taal waarvan je elke nuance kent en waarin je je het nauwkeurigst kunt uitdrukken.

Die gedachten gingen door mijn hoofd toen ik de discussies las rondom het oprukken van Engels als instructietaal op de Nederlandse hogescholen en universiteiten. In het opiniestuk van Felix Huygen, namens BON, in de Volkskrant van 28 juni 2017 gaat een van de argumenten juist over dat nauwkeurig uitdrukken.

“Pas na duizenden uren van boeken en artikelen lezen, van gesprekken voeren en opstellen schrijven, slaag je er misschien in je met enige nuance uit te drukken en wat leesbaars op papier te zetten.”

Waar de docent een boeiende verteller in het Nederlands blijkt te zijn en de voltallige collegezaal ademloos aan zich weet te binden, slaat hij om in een hakkelende, droge opsommer als het college opeens in het Engels moet worden gegeven. Omgekeerd geldt dat voor studenten die in hun beste steenkolenengels een wetenschappelijk bedoelde afstudeerscriptie produceren. Het is net als in de beroemde vakantieanekdote: ik probeer in mijn beste Frans de weg te vragen aan een voorbijganger en krijg een onbegrijpelijk antwoord. Dan ontdekken we dat we allebei Nederlander zijn. Hartelijk lachen en we vervolgen ons gesprek in het Nederlands.

“Het was als een orkest waarin de pianist plots viool moest spelen, en de violisten klarinet.”

Hoeveel mooier, genuanceerder (dus wetenschappelijker) en leesbaarder wordt afstudeerwerk als het in het Nederlands wordt geschreven? Ik ben het lang niet altijd eens met de stellingnames van BON, zeker niet met de toonzetting van hun discussies, maar hier hebben ze in mij een medestander.
Als docent NT2 ervaar ik iets vergelijkbaars. In de moedertaal kan de cursist zich perfect uitdrukken, maar helaas voor mij onverstaanbaar. In Het Nederlands gaat het steeds een beetje beter (schouderklopje voor mezelf), maar de echte nuances, de exacte omschrijving van gevoelens en de humor, lukken mondjesmaat.
Taal is de drager van de boodschap. Hoe beter men de taal beheerst, zowel bij de zender als ontvanger, hoe beter de boodschap overkomt. En waar we in het verleden nog wel eens konden lachen om armzalige vertalingen van de gebruiksaanwijzingen of garantiebepalingen van Taiwanese producten, is het onderwerp nu ‘groot bier’ geworden.
Natuurlijk begrijp ik ook dat Nederland zich internationaal graag als een kennismaatschappij wil profileren. Maar de huidige weg lijkt juist het tegenovergestelde te gaan bewerkstelligen.
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren schreef een adviesrapport over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en pleitte daarin voor goed Nederlands:

“(…) dat het Nederlands ook in het wetenschappelijk domein een volwaardige taal blijft en dat studenten aan universiteiten en hogescholen het Nederlands op hoog niveau leren beheersen (…)”

Dan sta je, als universiteit, voor de taalkeuze en kun je twee dingen doen: studenten (beter) Nederlands laten leren of docenten beter Engels laten spreken en schrijven. In China weten ze het inmiddels en hebben ze het taalbeleid aangescherpt. Daar deugen veel vertalingen naar het Engels niet. Googel maar eens op ‘chinglish’, zoals de armzalige vertalingen internationaal bekend staan. Het negatieve imago rondom de slechte, vaak onbedoeld grappige, vertalingen willen de Chinezen van zich afschudden. Omdat de rest van de wereld vooralsnog niet bereid lijkt Chinees te leren, worden de Engelse vertalingen geüpgraded. Misschien kunnen Nederlandse universiteiten daar een voorbeeld aan nemen áls Engels hun nieuwe lingua franca wordt. In ieder geval als eerste stap.

10 tips: Out of Office | Ik ben er even niet

Hoera vakantie! Terwijl jij in een ver oord van je welverdiende rust geniet zijn er toch mensen die je een mail sturen. Gelukkig hoeven ze niet lang op antwoord te wachten, want je hebt een out-of-office-bericht ingesteld.

De ijverige mailschrijver heeft binnen een paar seconden antwoord. Lang leve de moderne techniek. Tot zo ver gaat alles perfect.

Maar dan, wat staat er eigenlijk in je bericht? Is het een zinvolle boodschap? Of stuur je de ontvanger met een kluitje in het riet? Stel dat het een storingsmelding is.

Eerst een paar voorbeelden van hoe het beter niet kan,
daarna 10 bruikbare tips.

  • Ik ben afwezig tot 1 september. Op 2 september ga ik mijn mail weer lezen.
  • Dit is een automatisch bericht van Piet Voorbeeld. Ik ben afwezig tot 1 september, daarna zal ik uw mail beantwoorden.
  • Ik ben er even niet. 1 september zit ik weer op mijn vaste plek en dan beantwoord ik uw mail.
  • Deze mail wordt niet gelezen of doorgestuurd. Morgen ben ik er weer. Dan zal ik antwoorden.
  • I.v.m. mijn afwezigheid zal ik mijn email niet beantwoorden. Van 1 augustus – 1 september ben ik afwezig. Dit bericht krijgt u in deze periode slechts 1 keer.
  • Helaas kan ik uw e-mail nu niet beantwoorden.
  • En dan heb je nog de lolbroek:

En nu? De lezer van dit soort berichten staat met lege handen. ‘Er is niemand die mij helpen kan.’

Deze berichten zijn geschreven met de afzender in gedachten.
Denk aan je publiek: de lezer. Schrijf ook dit soort korte berichtjes met aandacht.

10 controlepunten voor een zinvol afwezigheidsbericht

1 Bedenk een goede onderwerpregel.

Veel mailprogramma’s maken een automatische titel aan. Maak de titel iets persoonlijker. Geef bij voorkeur een titel die de ontvanger vertelt dat je afwezig bent. Zo ziet de ontvanger ook zonder de mail te openen dat je niet snel kunt antwoorden

2 Begin altijd met een aanhef.

3 Bedank je lezer voor zijn bericht.

4 Vertel wanneer je weer bereikbaar bent.

De reden melden van je afwezigheid is wel klantvriendelijk, maar doet er niet altijd toe. Maak een afweging.

Wat kan de lezer wél doen?

5 Verwijs door naar een collega of afdeling en vermeld zijn/haar naam.

6 Geef aan hoe en wanneer ze je collega kunnen bereiken.

Vaak staat er iets bij in de traint van ‘in dringende gevallen…’ of ‘bij spoedeisende zaken…’ Dat werpt een drempel op. Is die drempel nodig? Of  drijf je de ontvanger in de handen van de concurrentie?

Alles goed geschreven?

7 Controleer op spel- en taalfouten.

8 Zorg ervoor dat er geen slordigheidsfouten in je tekst staan.

Had je vorig jaar ook al een bericht aangemaakt? Handig! Of niet?
Woensdag 1 september 2016 ben ik weer aanwezig. (…)

9 Sluit af met een groet en je naam.

10 Heb je standaard een handtekening onder je mails staan?  Dan hoef nu natuurlijk niet nog eens te ondertekenen.

 


Je afwezigheidsbericht kan er dan zo uitzien:

Automatisch antwoord op uw e-mail

Beste lezer,

Bedankt voor uw bericht.
Van 1 t/m 30 augustus 2017 ben ik afwezig. Voor dringende zaken kunt u contact opnemen met ons directiesecretariaat:
- telefoon: 0123 – 456789
- e-mail: [email protected]
Vanaf 2 september a.s. zal ik uw bericht, indien gewenst, beantwoorden.

Met vriendelijke groet,
Piet Voorbeeld,
Contractmanager bij Ons Bedrijf

Beetje saai misschien, maar wel neutraal. Je weet immers niet wie er mailt. Is het een goede bekende, een belangrijke klant, een toekomstige grote opdrachtgever?  Allemaal goede redenen om het kort en zakelijk te houden.

Humor kan op de lachspieren werken, maar ook irriteren. Wees er heel voorzichtig mee!

Spelen met de datum

  • Het is handig om twee of drie dagen van tevoren je out-of-office-reply al aan te zetten. Met aangepaste datum, natuurlijk. Dat is een slimme truc om te voorkomen dat je op het laatste moment nog allerlei spoedklusjes moet afhandelen.
  • Zet de datum waarop je weer bereikbaar bent een of twee dagen later dan wanneer je daadwerkelijk weer aan het werk gaat. Dan houd je nog wat ruimte over om te acclimatiseren en je inbox op te ruimen, antwoorden klaar te zetten en meteen schone mailbox te beginnen als de hectiek weer begint.
  • Stel vóór je vakantie een reminder in dat je direct na je vakantie de out-of-office-reply uitschakelt. Het is wel heel slordig als er op 5 september een out- of-office-reply wordt verstuurd waarin staat dat je vanaf 2 september  weer bereikbaar bent.

 

Werk bij een groot bedrijf en kan een collega jouw zaken overnemen? Zorg er dan voor dat de mail intern wordt doorgestuurd. De klant is snel geholpen. Moet je toch persoonlijk reageren? Ook dan weet de klant waar hij aan toe is.

 

Ik wens je een onbezorgde vakantie!

Gratis congres over taalfouten

Waarom maken we taalfouten? Alleen uit slordigheid? Taalkundig onderzoek laat zien dat er achter taalfouten soms verrassend veel logica schuilgaat.

Immers: taal leeft en kent zelforganisatie. Maar wat als deze zelforganisatie in strijd is met de geldende taalnormen?

In dit publiekssymposium presenteren vier taalkundigen uit Nederland en België hun goede redenen voor foute taal. Zij gaan in gesprek met het hoofd taalbeleid van de Nederlandse Taalunie. Een jonge leraar Nederlands debatteert mee vanuit het onderwijs.

Iedereen die geïnteresseerd is in taal, is welkom.

Toegang is gratis, aanmelding verplicht.

Bron: Universiteit Leiden