Docentenspreekuur

Het is bijna Kerst, kerstvakantie en dus ook tijd voor het kerstrapport. Onvermijdelijk hoort daar het tienminutengesprek bij. Op de website van de school staat een ellenlang verhaal over aanmelden en helemaal aan het einde staat deze intrigerende zin:

 

“Wij hopen u te kunnen verwelkomen op het docentenspreekuur op dinsdag 12 december.”

Die zin blijft rondzoemen in mijn hoofd. Wat staat er eigenlijk? Afhankelijk van waar je het accent legt, kun je de zin op verschillende manieren uitleggen.

  • Wij hopen u te kunnen verwelkomen op het docentenspreekuur op dinsdag 12 december.
    Wij hopen dat we het verwelkomen beheersen, maar we weten nog niet precies hoe dat moet.
    We hopen dat u naar het docentenspreekuur komt en niet ergens anders naartoe gaat. Of helemaal niet komt.
  • Wij hopen u te kunnen verwelkomen op het docentenspreekuur op dinsdag 12 december.
    We zijn nog druk aan het oefenen, maar dan kunnen we het straks echt wel, hoor, dat verwelkomen.
  • Wij hopen u te kunnen verwelkomen op het docentenspreekuur op dinsdag 12 december.
    Het liefst sleuren we u natuurlijk met pek en veren door het dorp, want ouders zijn nou eenmaal geboren chagrijnen die helemaal niet snappen hoe we elke dag tevergeefs proberen hun kinderen op betere gedachten te brengen en fatsoenlijk gedrag aan de dag te leggen. Maar ja, we moeten nou eenmaal ‘verwelkomen’.

Onnodige wolligheid leidt tot zulk soort gedachtenkronkels. Natuurlijk snap ik wel wat de schrijver bedoelt. Maar het stáát er niet.

Remedie

  • Allereerst streep ik het woord ‘kunnen’ door.  Daarmee wordt de boodschap actiever.
  • Die ‘hoop’ haal ik er ook uit. Met het woord ‘hopen’ laat je de afloop helemaal buiten jezelf liggen. Kom op, pak je zelf bij elkaar en gá ervoor! We verwelkomen u!
  • Nog even het juiste perspectief kiezen: zet de lezer centraal.

“U bent van harte welkom op het docentenspreekuur van dinsdag 12 december.”

Zo voer je met een paar simpele ingrepen een grondige zinsverbouwing uit.

Spreekuur

Dan nog iets over dat woord ‘docentenspreekuur’.  Dat associeer ik al snel met het spreekuur van mijn huisarts. Met eenrichtingsverkeer. Ik heb ergens last van en de dokter, de grote deskundige,  moet mij helpen. Mij genezen.

Vragen, vragen en nog eens vragen

Wie heeft er last? Wie geneest? Wie spreekt? Heeft de docent 10 minuten (en géén uur!) spreektijd? Bij de gratie van wie mag u de docent van uw kind aanhoren? Dat heeft iets weg van een audiëntie. Is het niet eerder een ouderspreekuur? Komen zij ook aan het woord? Of hebben we het liever over een gezamenlijke spreektijd? Een bespreekuur? Een communicatiemoment? En de leerling? Is die ook uitgenodigd om mee te praten?

Contact

Zijn zulke contactmomenten nog van deze tijd als we al zoveel andere kanalen tot onze beschikking hebben?  Via sociale media of de elektronische leeromgeving zijn ouders meestal al aardig op de hoogte van het reilen en zeilen van de school en de vorderingen van hun kind.

Ik vind zulke persoonlijke contacten wel belangrijk. Laten we gewoon op 12 december lekker bijpraten. Onder het genot van een kopje koffie en zonder telefoon op de hoek van de tafel. Daar gaat het toch om? Om echt contact?

Kortom, u bent op 12 december van harte welkom.